Herhaalde mislukking van de bevruchting

Wanneer is er sprake van herhaalde mislukking van de bevruchting?

Als over verschillende IVF|ICSI-behandelingen heen geen enkele eicel bevrucht raakt, spreken we over herhaalde mislukking van de bevruchting. Als in verschillende cycli steeds hooguit één op vijf eicellen bevrucht wordt, noemen we dat herhaalde slechte bevruchting.

Wanneer heb ik een probleem met de bevruchting van mijn eicellen?

Als je verschillende IVF|ICSI-behandelingscycli hebt ondergaan en het aantal bevruchte eicellen steeds onder de 20% ligt (tegenover het totale aantal opgepikte eicellen), heb je deze aandoening.

Hoe kan ik weten of ik in deze situatie zit?

Het valt moeilijk te voorspellen of een bevruchting moeizaam of helemaal niet zal gebeuren. Maar er zijn wel een aantal situaties waarbij de kans op een slechte bevruchting hoger ligt:

  • bij extreem slechte kwaliteit van het sperma: geen beweeglijk sperma en/of enkel sperma met een abnormale vorm;
  • bij slechte kwaliteit van de eicellen;
  • als er in een vorige behandelingscyclus geen bevruchting was.

Waarom kamp ik met dit probleem?

Hoewel we moeilijk kunnen voorspellen of een bevruchting moeizaam of helemaal niet zal plaatsvinden, kennen we toch een aantal oorzaken. Het kan te maken hebben met het sperma, de eicel of met de interactie tussen beide.
Ernstige vormelijke afwijkingen van de eicellen of het sperma kunnen we met microscoop vaststellen. Maar in veel gevallen kunnen we de echte oorzaak van het probleem niet bepalen, omdat we niet altijd kunnen nagaan wat er mis is met het sperma of de eicellen.

Niettemin kunnen we de volgende mogelijke oorzaken noemen.

  • Bij de eicellen:
    • (te) klein aantal eicellen. Als er maar één of enkele rijpe eicellen kunnen worden opgepikt, vergroot het risico op mislukking van de bevruchting;
    • het rijpingsstadium. Eicellen kunnen er morfologisch rijp uitzien maar intrinsiek niet rijp genoeg zijn om bevrucht te kunnen worden;
    • de kwaliteit van de eicellen. Als de cel binnenin gekorreld is of als ze veel vacuolen of andere afwijkingen bevat, verkleint dat de kans op bevruchting;
    • functionele problemen, zoals afwijkingen in de activering van de eicel, kunnen leiden tot een abnormale bevruchting of de mislukking ervan. In de eicel kunnen ook de nodige elementen ontbreken om tot een bevruchting te komen.
  • Bij het sperma:
    • een te klein aantal spermacellen.
    • In een IVF|ICSI-behandeling van wensouders bij wie sprake is van sterk verminderde vruchtbaarheid van de man, is het soms mogelijk om zaadcellen te verzamelen via een biopsie van de zaadbal. Dat wordt o.m. gedaan als er in het spermastaal geen zaadcellen gevonden worden (azoöspermie) en die toestand niet veroorzaakt wordt door een blokkering in het traject van de zaadcellen naar buiten, d.w.z. bij niet-obstructieve azoöspermie (NOA). Voor meer uitleg over de procedure, zie TESE in de website van het CRG;
    • In die situatie is het meestal niet mogelijk om een goede selectie van het sperma te doen, met als gevolg een verhoogde kans op een mislukking van de bevruchting;
    • geen beweeglijkheid. De beweeglijkheid van spermacellen geeft aan hoe ‘levendig’ ze zijn. Als ze niet bewegen neemt de kans op mislukking van de bevruchting toe. Dit fenomeen komt vaker voor bij mannen met NOA;
    • abnormale morfologie van het sperma. Als we voor de bevruchting enkel spermacellen kunnen gebruiken met abnormale vormen, neemt de kans op een mislukking ervan toe;
    • de functionaliteit van het sperma. Als we bij een ‘klassieke’ IVF een onvolledige acrosoomreactie vaststellen (nodig om de spermacel de eicel te kunnen laten binnendringen), als het DNA in het sperma gefragmenteerd of abnormaal is, als de spermacel de eicel niet kan activeren of als er andere functionele afwijkingen zijn, dan zal dat doorgaans leiden tot mislukking van de bevruchting.
  • In de interactie tussen het sperma en de eicel:
    • gebrekkige interactie tussen de spermacel en de eicelwand (zona pellucida). Bij klassieke IVF zien we dan dat het sperma zich niet aan de zona pellucida kan hechten en/of dat er geen acrosoomreactie is;
    • gebrekkige activering van de eicel: het ontbreekt het sperma aan de capaciteit om de eicel te activeren, een proces dat aan de bevruchting voorafgaat.

Kunnen we het probleem van slechte bevruchting verhelpen?

In de ‘klassieke’ IVF-procedure mislukt de bevruchting bij 10 tot 15% van de behandelingscycli. Met de introductie van de ICSI-techniek (nu meer dan twee decennia geleden) konden veel problemen verholpen worden die werden veroorzaakt door het sperma of door de interactie tussen het sperma en de eicel. Daardoor daalde het aantal mislukte bevruchtingen naar minder dan 5%.
Over de situaties waarin het toch nog misgaat, kunnen we het volgende zeggen.

  • Onze medewerkers in de labo’s zijn er op getraind om de beste spermacellen te selecteren, ook al zijn er maar een klein aantal of zijn ze morfologisch abnormaal. Daarbij maken ze gebruik van gespecialiseerde labotechnieken zoals bv. de selectie van de cellen met behulp van een laser.
  • Als blijkt dat het sperma steeds onbeweeglijk is, kunnen we de beweeglijkheid stimuleren. De spermacellen die enigszins beweeglijk worden na deze stimulatie zijn levensvatbaar en leveren een grotere kans op een gelukte bevruchting na ICSI.
  • Als de oorzaak van de onbeweeglijkheid necrozoöspermie is (alle spermacellen zijn dood) kunnen we via een chirurgische ingreep spermacellen uit de testikels halen. Zie daarvoor de TESE-procedure in de website van het CRG.
  • Een mogelijke oorzaak van niet-bevruchting is dat het sperma de eicel niet activeert. Dit gebeurt bij patiënten met globozoöspermie: de koppen van de meeste spermacellen zijn rond en hebben geen acrosomen — het kapje op de kop van de spermacel dat nodig is om de eicel te kunnen binnendringen. Soms gebeurt dat ook bij sperma dat er normaal uitziet. In het geval van globozoöspermie of als er een geschiedenis van onverwachte mislukking van de bevruchting, kunnen we de eicel kunstmatig activeren, wat de kans op een bevruchting kan vergroten.

Als de bevruchting evenwel herhaaldelijk mislukt, zelfs na kunstmatige activering van de eicel, en als de oorzaak onbekend blijft, kan je fertiliteitsarts een nieuwe cyclus voorstellen waarbij de helft van de eicellen met het sperma van je partner wordt geïnjecteerd en de andere helft met donorsperma. Zo kunnen we uitmaken of de onderliggende oorzaak een functioneel spermaprobleem is of niet.
Is dat het geval, dan kan je eventueel een IVF-cyclus met donorsperma overwegen om zwanger te proberen worden.
Als de bevruchting ook met donorsperma mislukt, biedt een IVF-cyclus met donoreicellen een mogelijke uitweg om zwanger te proberen worden.