Herhaalde mislukking van de implantatie

Wanneer is er sprake van “herhaald implantatiefalen”?

Als er bij een IVF/ICSI-behandeling verschillende keren embryo’s van goede kwaliteit in de baarmoeder zijn geplaatst zonder dat dit tot een zwangerschap leidde, spreken we van herhaalde mislukking van de implantatie of herhaald implantatiefalen.

Is er bij mij sprake van herhaald implantatiefalen?

Je hebt een probleem met de implantatie van je embryo’s als je geen positieve zwangerschapstest hebt:

  • na minstens twee behandelingscycli met terugplaatsing van hetzij verse hetzij gedooide embryo’s,
  • 1 Met ‘goede’ delingsfase bedoelen we ‘overeenkomend met de dag van hun ontwikkeling’. Een embryo telt vier cellen op dag 2 na de bevruchting, en 6 tot 8 cellen op dag drie. In het CRG plaatsen we alleen dag 3- of dag 5-embryo’s terug.

    2 Op dag 5 na de bevruchting zijn geen verschillende cellen meer te onderscheiden, het embryo is dan een blastocyst geworden.

    met (in totaal) minstens vier teruggeplaatste embryo’s in een goede delingsfase (4-, 6- of 8-cellig)1 of minstens twee embryo’s als blastocyst2,

  • met embryo’s die alle van goede kwaliteit waren.

Hoe kan ik laten testen of ik dit probleem heb?

Een gespecialiseerde fertiliteitsarts stelt de diagnose op basis van alle medische gegevens die hij/zij ter beschikking heeft. Daarom is het belangrijk dat je de resultaten meebrengt van eerdere (laboratorium)onderzoeken over de ontwikkeling en de kwaliteit van je embryo’s na IVF|ICSI.

Waarom lijd ik aan herhaald implantatiefalen?

Er zijn verschillende verklaringen mogelijk voor het mislukken van de implantatie. Het kan liggen aan het baarmoederslijmvlies, aan het embryo of aan de interactie tussen beide.
Als oorzaken zien we:

  • poging tot zwangerschap op latere leeftijd,
  • (in het labo) goede ontwikkeling van het embryo in de delingsstadia, maar in het stadium van de blastocyst gaat het mis,
  • een moeizame embryotransfer,
  • de moeizame hechting van het embryo,
  • anatomische problemen met de baarmoeder, eierstokken of eileiders,
  • problemen met de ontvankelijkheid van het baarmoederslijmvlies voor het embryo,
  • systemische factoren bij de wensmoeder,
  • genetische factoren bij (een van) de wensouders.

Maar in veel gevallen hebben we geen verklaring voor het herhaald mislukken van de implantatie.

Wat kan de Next Level IVF Clinic voor jou doen?

Wat we als fertiliteitsspecialisten voor jou kunnen doen, hangt af van de vermoede onderliggende oorzaak van het implantatiefalen. Aangezien onze kennis hierover constant evolueert en bediscussieerd wordt, zijn volgende aanbevelingen niet eenduidig. Ze zijn (tot nu toe) ook niet alle evidence based, d.w.z. dat hun effectiviteit niet in alle gevallen bewezen kon worden op basis van wetenschappelijk onderzoek.
Je arts kan de volgende acties voorstellen:

  • monitoring van de terugplaatsing van het embryo via een vaginale echografie, om de plaatsing in de baarmoeder te optimaliseren;
  • 3 Hatching is het ‘uit zijn schil komen’ van het embryo zodat het zich aan het baarmoederslijmvlies kan hechten. Normaal gezien wordt de zona pellucida rond het embryo verzwakt en opgelost door digestieve enzymen die het baarmoederslijmvlies na de ovulatie produceert. Bij sommige vrouwen gebeurt dit niet (goed) of is de schil te hard, waardoor ze niet oplost. Bij assisted hatching helpen we het embryo zich te hechten door met een speciale laser een gaatje in de schil te maken.

    4 Datering van het baarmoederslijmvlies wil zeggen dat we nagaan of het zich in de toestand bevindt die nodig is voor de innesteling van het embryo. Dat is maar zo gedurende enkele etmalen in de menstruele cyclus (de zogeheten ‘window of implantation’). Als het embryo in de baarmoeder teruggeplaatst buiten die periode, zal het zich niet kunnen nestelen.

    de toepassing van ‘assisted hatching’3, waarbij de beschermende schil rond het embryo (de zona pellucida) met een speciale laser wordt bewerkt om de hechting van het embryo aan het baarmoederslijmvlies te vergemakkelijken,

  • de cultivering van je embryo’s tot blastocyst om na te gaan of ze de capaciteit en de kwaliteit hebben om te overleven tot de vijfde dag van hun ontwikkeling;
  • de uitvoering van een hysteroscopie om na te gaan of er anatomische problemen zijn ter hoogte van de baarmoeder.
  • de uitvoering van een laparoscopie voor een onderzoek naar endometriose (de woekering van baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder) of naar hydrosalpinx (gezwollen eileiders). Als een van beide zich voordoet, kunnen we indien mogelijk een aangepaste behandeling starten. Endometriose kunnen we bv. behandelen via een therapeutische laparoscopie.
  • de controle van de ontvankelijkheid van het baarmoederslijmvlies (endometrium):
    • we kunnen nagaan of er sprake is van een ontsteking en zo ja, die behandelen;
    • we kunnen een datering doen van het baarmoederweefsel4 en onze behandeling op basis daarvan aanpassen. Daarvoor nemen we een stukje endometriumweefsel weg (zie endometriumbiopsie) en onderzoeken dat in het labo;
    • we kunnen ook een genetische analyse laten uitvoeren om uit te zoeken wanneer je baarmoederslijmvlies het meest ontvankelijk is en zo het beste moment bepalen voor de embryotransfer. Dat onderzoek noemen we een ERA Testing (Endometrial Receptivity Analysis). Het gebeurt in samenwerking met het Spaanse Igenomix. Voor meer informatie: www.igenomix.com/tests/endometrial-receptivity-test-era;
  • het ‘inkrassen’ van het baarmoederslijmvlies (met een fijne katheter) om de ontvankelijkheid ervan te verbeteren;
  • de terugplaatsing van (een) gedooid(e) embryo(’s). Nadat we in een vorige IVF|ICSI-cyclus de ontstane embryo’s hebben ingevroren, ontdooien we ze later en plaatsen ze terug in een FrET-cyclus (Frozen Embryo Transfer) die je natuurlijke cyclus volgt. Dat zou de ontvankelijkheid van het endometrium bevorderen;
    • een grondige medische evaluatie van de (wens)moeder. Als je systemische problemen hebt, kunnen we daar een diagnose over stellen en indien mogelijk het probleem behandelen:
    • gaat het om een genetische afwijking, dan kunnen we PGD aanbieden, d.w.z. de genetische diagnose van de embryo’s voordat er één wordt teruggeplaatst (zie de aparte website van de PGD-kliniek);
    • bij hardnekkig implantatiefalen, als je als (wens)ouders normale genen hebt en je embryo’s van goede morfologische kwaliteit zijn, kunnen we PGS aanbieden. Dat is een pre-implantatie screening van de embryo’s in hun blastocystfase. Daarbij gaan we na of hun chromosomale organisatie normaal is;
  • ‘empirische’ behandelingen met combinaties van bepaalde medicatie – zoals heparine of aspirine (tegen bloedstollen) en (kortstondig gebruik van) corticosteroïden, vermijden we in onze kliniek zoveel mogelijk, omdat ze niet evidence-based zijn. In specifieke situaties kunnen ze evenwel overwogen worden.

Als laatste redmiddel en in geval van extreem implantatiefalen ondanks morfologisch goede embryo’s, kan je een IVF|ICSI-cyclus met gedoneerde eicellen overwegen om te proberen zwanger te worden.
Alle beslissingen hieromtrent zal je in overleg nemen met je dokter, die jouw situatie immers door en door kent.

Kan ik te weten komen wat in mijn geval de oorzaak is van het implantatiefalen?

De Next Level IVF-kliniek doet permanent onderzoek naar dit moeilijke onderwerp. Wanneer je naar onze kliniek komt, zal je wellicht gevraagd worden om ons te helpen door staaltjes af te staan van je bloed en/of je baarmoederslijmvlies. Dat materiaal hebben we nodig voor ons fundamenteel onderzoek.
De gegevens van het onderzoek worden strikt vertrouwelijk en anoniem behandeld. We zoeken naar de (tot nu onbekende) oorzaken van herhaald implantatiefalen, met als doel te ontdekken waarom jij daaraan lijdt. Tegelijk proberen we onze aanpak van het probleem te verbeteren.
Op lange termijn is ons doel om geneesmiddelen te ontwikkelen die implantatiefalen kunnen voorkomen of genezen. Hoewel de ontwikkeling van zo’n nieuwe behandeling jaren kan duren, kan je door mee te werken aan dit onderzoek mogelijk toekomstige lijders aan deze aandoening helpen.