Herhaalde slechte ontwikkeling van het embryo

Wanneer is er sprake van ‘herhaalde slechte embryo-ontwikkeling’?

De kwaliteit van een embryo wordt onder een microscoop bepaald. We kijken naar:

  • het aantal cellen en hun ontwikkelingsstadium,
  • de fragmentering (delen van cellen tussen de cellen),
  • de gelijke grootte van de cellen,
  • de verkorreling in de cel,
  • de aanwezigheid van vacuolen (een specifiek onderdeel van de cel),
  • en of er meerdere kernen in de cellen zitten (er mag maar één kern per cel aanwezig zijn).

De kwaliteit van het embryo wordt uitgedrukt in een ABCD-systeem:

  • A betekent uitstekend,
  • B is goed,
  • C is redelijk en
  • D is slecht.

In de toekomst kan daar een ander systeem van kwaliteitsbepaling bijkomen: een beeldtechniek waarbij de ontwikkeling van het embryo op gezette tijden gefotografeerd wordt (time-lapse) om zo de ontwikkeling preciezer te kunnen volgen.

Als bij verschillende IVF/ICSI-cycli de embryo’s telkens van een lage tot matige kwaliteit blijken zijn, spreken we van herhaalde slechte embryo-ontwikkeling. Vanwege de matige of slechte kwaliteit zijn er dan geen embryo’s ter beschikking voor de transfer of voor invriezing. Een embryo van lage kwaliteit doet de kans op zwangerschap dalen.

Heb ik een probleem van slechte embryo-ontwikkeling?

Het is niet omdat je tijdens een behandeling met een slecht of minder goed embryo te maken kreeg, dat je meteen in deze categorie van patiënten valt. Maar als je verschillende behandelingscycli hebt doorlopen en als telkens bleek dat de embryo’s van lage kwaliteit waren, dan zit je wel in die situatie.

Kan ik te weten komen of ik in deze categorie val?

Het valt moeilijk vooraf te voorspellen of de embryo’s na IVF|ICSI van slechte kwaliteit zullen zijn. Maar we kennen wel de situaties die een grotere kans op slechte embryo-ontwikkeling geven:

  • slechte kwaliteit van de eicellen,
  • uitzonderlijk slechte kwaliteit van het sperma,
  • slechte kwaliteit van de embryo’s in een vorige IVF- of ICSI-cyclus.

Waarom heb ik dit probleem?

Hoewel we zeer moeilijk een slechte embryokwaliteit kunnen voorspellen, kennen we toch een aantal oorzaken. In de eerste dagen na de bevruchting is de eicel de determinerende factor in de goede ontwikkeling tot een gezond embryo. Niettemin kan ook het sperma een rol spelen in slechte embryo-ontwikkeling.
Niettemin kunnen we de ware oorzaak vaak niet achterhalen, omdat we het (al dan niet goed) functioneren van het sperma en de eicellen niet altijd kunnen nagaan.

Als mogelijke oorzaken voor een slechte embryo-ontwikkeling zien we de volgende.

  • Bij de eicel
    De eerste stappen in de embryo-ontwikkeling (tot het stadium van 4 vier tot acht cellen) worden hoofdzakelijk bepaald door de eicel:

    • kwaliteitsproblemen met de eicel. Eicellen kunnen ernstig verkorreld zijn en vele vacuoles of andere zichtbare afwijkingen hebben. Dat kan leiden tot een slechte ontwikkeling van het embryo;
    • problemen met de rijping van de eicel. De kern van de eicel kan rijp zijn maar het cytoplasma niet. Dat kunnen we onder de microscoop niet zien, maar het kan wel tot een slechtere kwaliteit van het embryo leiden.
  • Bij het sperma
    Hoewel sperma doorgaans pas in het later stadium (na het achtcellige) van de embryo-ontwikkeling een invloed heeft, kan het ook de vroege ontwikkeling van het embryo beïnvloeden. Er kan sprake zijn van:

    • problemen met de morfologie van het sperma.
      Als er voor de injectie van de zaadcel in de eicel enkel sperma met een abnormale vorm geselecteerd kan worden, stijgt de kans op slechte embryo-ontwikkeling;
    • abnormaal DNA in het sperma.
      Beschadigd DNA in het sperma kan een negatieve invloed hebben in de vroege ontwikkeling van het embryo, terwijl het effect pas duidelijk wordt bij de ontwikkeling van achtcellig embryo tot blastocyst.

Kunnen we het probleem van slechte embryo-ontwikkeling oplossen?

Er is niet zoveel wat we kunnen doen.

  • Van jouw kant kan je proberen je levensstijl aan te passen. Als je zou roken bijvoorbeeld, stop daar dan alvast mee. We weten dat nicotine een slechte invloed heeft op de eicelvoorraad en op de eicelkwaliteit.
  • Van onze kant zullen we bij een eventuele volgende behandeling een alternatief protocol voorstellen om de eierstokken (en dus de follikelrijping) te stimuleren. Door nauwgezet te monitoren proberen we de kwaliteit van de eicel te verbeteren.
  • Als een ander protocol niet leidt tot een verbeterde embryokwaliteit is er de mogelijkheid van een begeleide natuurlijke cyclus, dus zonder (veel) stimulatie.

Niettemin blijft het een feit dat de ware oorzaak van (herhaalde) slechte embryokwaliteit moeilijk te vinden is. Het kan bv. het intrinsieke gevolg zijn van de eicel- of spermakwaliteit.

Als het sperma aan de basis van het probleem zou liggen, kunnen we dezelfde techniek gebruiken om de eicel te activeren als wanneer het sperma er niet in slaagt om te bevruchten (zie herhaalde slechte bevruchting).
Dit doen we in een zogenoemde ‘split cycle’ (gesplitste cyclus): de helft van de eicellen worden met de gewone ICSI-techniek bevrucht, de andere helft via een combinatie van ICSI en de kunstmatige activering van de eicel.

Als activering van de eicel niet leidt tot een betere embryokwaliteit, kunnen we een andere gesplitste cyclus uitvoeren. Dan worden de helft van de eicellen met het sperma van de partner bevrucht en de andere helft met donorsperma.
Dat doen we om een diagnose te stellen, m.a.w. om te proberen de onderliggende oorzaak van het probleem te vinden.
Indien een behandeling met donorcellen voor jullie het overwegen waard is, zijn er twee mogelijkheden:

  • als in de gesplitste cyclus in beide gevallen de embryo’s van slechte kwaliteit zijn, dan kan eiceldonatie een mogelijkheid zijn.
  • als de kwaliteit van het embryo verbetert bij bevruchting met donorsperma, dan behoort spermadonatie tot de mogelijkheden.

Uiteraard ligt de beslissing om al dan niet over te schakelen op een behandeling met donormateriaal, helemaal in jullie handen.